Verdeelmodel

Het rijk bekostigt de aanpak van huiselijk geweld tot dusver op basis van een deels historisch en deels objectief verdeelmodel. Het beschikbare budget groeide sinds 1997 aanzienlijk: van 23 naar 104 miljoen euro. De historische component in het verdeelmodel is gebaseerd op voorzieningen die van oudsher aanwezig waren. De middelen die sinds 2002 zijn toegevoegd, worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners en minderheden in de regio.

Het bestaande verdeelmodel is niet meer adequaat omdat:

  • De visie op opvang is veranderd. Vroeger gingen slachtoffers naar opvang buiten hun eigen regio, nu blijven ze bij voorkeur dicht bij huis
  • De parameters in het objectieve verdeelmodel (inwoners/minderheden) zeggen te weinig over de zorgzwaarte in een regio.

De commissie De Jong die knelpunten in het stelsel van Aanpak geweld in huiselijke kring analyseerde, adviseerde een nieuw verdeelmodel te ontwikkelen. Dit model moet gebaseerd zijn op de (geobjectiveerde) zorgzwaarte in de regio en rekening houden met de nieuwe opvattingen over de aanpak van huiselijk geweld: niet alleen opvang, maar (juist) ook preventie en nazorg.

De wethouders van de centrumgemeenten maakten in januari 2014 een keuze voor de invoering van een nieuw verdeelmodel van de Decentralisatieuitkering Vrouwenopvang (DU/VO). Vanaf 2015 wordt de DU/VO verdeeld op grond van een objectieve verdeelsleutel (zorgzwaarte). Dit betekent dat een deel van het geld verschuift naar andere delen van het land. De herverdeling verloopt fasegewijs in drie jaar van 2015 tot en met 2017. De wethouders hebben afspraken gemaakt over een zachte landing. De nadeelgemeenten leveren het eerste jaar nog geen geld in, in het tweede jaar leveren ze een derde van de korting in en in 2017 wordt de korting volledig doorgevoerd. Hiervoor wordt een knelpuntenpot ingezet. 

De definitieve afspraken over dit nieuwe geld zijn in een bestuurlijk overleg met de staatssecretaris bekrachtigd. Zie ook bericht: 10 miljoen euro extra voor kwaliteitsimpuls (16 mei 2014).