Mensenhandel

Welke verantwoordelijkheden hebben (centrum)gemeenten in de opvang van
slachtoffers van mensenhandel? De Federatie Opvang zette het op een rij
omdat veel gemeenten hierover vragen hebben.

De Nederlandse slachtoffers van loverboys kunnen gebruik maken van Wmo,
AWBZ en Zvw (GGZ) in de eigen gemeenten.  Of in een andere gemeente als
dat voor hun veiligheid noodzakelijk is.

Buitenlandse slachtoffers van internationale handel hebben drie maanden de
tijd om te bedenken of ze aangifte willen doen tegen de handelaren. In die
tijd zijn ze rechtmatig in Nederland, maar hebben geen
verblijfsvergunning. Ze kunnen bij het COA wel een uitkering aanvragen.
Voor deze groep zijn gemeenten niet verantwoordelijk.

Voor de duur van het strafproces kunnen buitenlandse slachtoffers de
B9-verblijfsvergunning aanvragen. Dan zijn gemeenten wel verantwoordelijk.
Met de B9-vergunning hebben slachtoffers dezelfde rechten als Nederlanders
(WMO, AWBZ, GGZ) en ze hebben recht op uitplaatsing naar een woning. Na de
rechtszaak kan het slachtoffer vragen om  een voortgezet verblijf. Tot de
uitspraak daarover blijven de rechten bestaan.

Download presentatie over gemeenten en slachtoffers van mensenhandel