Onderzoek geeft aanknopingspunten voor een betere praktijk

7 juli 2014

Tijdens de regionale bijeenkomsten die we in september organiseren, besteden we ook aandacht aan het onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de G4 heeft verricht naar de effectiviteit van de aanpak van huiselijk geweld. Dat onderzoek is om meerdere redenen bijzonder. Ten eerste is een dergelijk effectiviteitsonderzoek nooit eerder op een zo'n grote schaal uitgevoerd. Ten tweede zijn de conclusies ronduit alarmerend.

Door Wicher Pattje, programmamanager RegioAanpak Veilig Thuis

In 2009 selecteerde Verwey-Jonker in de SHG-regio’s van de vier grote steden 211 gezinnen met kinderen (samen 396 kinderen), waar ernstige vormen van huiselijk geweld aan de orde waren. Al die gezinnen zijn in de afgelopen vijf jaren twee keer benaderd met de vraag hoe het nu staat met het geweld, hoe ze de hulpverlening hebben ervaren en waarderen en hoe ze hun welbevinden beoordelen.

De conclusies zijn hard en schokkend. Maar, ze bieden tegelijkertijd een schat aan aanknopingspunten voor de verbetering van het beleid en de uitvoeringspraktijk. Eén van de verdiensten van het onderzoek is dat er naast harde conclusies ook concrete aanbevelingen worden gegeven waarmee gemeenten en uitvoerende organisaties aan de slag kunnen.

De belangrijkste conclusies op een rij:

  • Voor de afname van geweld en de toename van het welbevinden maakt het niet uit of gezinnen wel of geen hulp hebben ontvangen na een melding. In beide situaties is er sprake van een zekere afname van partnergeweld en een toename van welbevinden.
  • Weliswaar neemt het geweld aantoonbaar af, maar de verbetering is absoluut onvoldoende. Ook na vijf jaren is er in verreweg de meeste gezinnen nog sprake van zeer ernstig partnergeweld. Dat wordt niet anders als partners gescheiden zijn.
  • Het geweld daalt qua aard en omvang het meest in het eerste jaar na de melding. Daarna stagneert de verbetering. De hulpverlening is niet in staat om het patroon van geweld in het gezinssysteem op langere termijn fundamenteel te beïnvloeden. De enige positieve uitzondering daarop is de tweedelijns GGZ.
  • De gevolgen die kinderen ondervinden van het geweld dat hun ouders plegen, wordt zowel door de ouders als door de hulpverlening zwaar onderschat. Daardoor duren trauma’s en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen veel langer dan nodig is.

Verklaringen

Op de expertmeeting waar de resultaten werden gepresenteerd, werd druk gefilosofeerd over de verklaringen: hoe is het mogelijk dat in een sector waarin zoveel hulp wordt verleend, zo weinig resultaat wordt geboekt? De meest voor de hand liggende verklaring is dat ook hulpverleners te licht aankijken tegen wat er voor nodig is om gezinnen met zwaar partnergeweld ‘geweldvrij’ te krijgen. Op verschillende plaatsen in het onderzoeksrapport komen de onderzoekers zelf ook tot waarnemingen die een verklaring zouden kunnen zijn: De vrijblijvendheid van de deelname aan hulpverlening is te groot, de competenties van de hulpverleners zijn in veel gevallen te gering, de frequentie van de hulpverlening te laag en (zeker in dit onderzoek) is de hulpverlening veel te weinig gericht op de plegers (bijna louter op de slachtoffers).Het meeste effect op geweld en welbevinden in het eerste jaar – zo is de hypothese van de onderzoekers, wordt veroorzaakt door de melding zelf. Het geheim van het partnergeweld wordt door de melding doorbroken en daarmee ook het isolement dat door het geheim in stand werd gehouden. Hulpverleners weten er van, maar ook het sociale netwerk is vaak op de hoogte en krijgt vermoedens bevestigd. Samen biedt dat een basis voor bespreekbaarheid.

Onacceptabel

De conclusies van het onderzoek zijn voor de sector niet te accepteren. Weliswaar daalt het geweld na een melding, (dat zou in andere beleidssectoren iets zijn om de vlag voor uit te hangen), maar het geweld neemt lang niet genoeg af. bij de aanpak van huiselijk geweld moet de lat hoger worden gelegd. Hoe dan ook moet het onderzoek leiden tot een fundamentele discussie over verbeterpunten. Dat geldt zowel voor uitvoerders als voor beleidsmakers. Die discussie begint op de regionale conferenties. Wees er bij!

Download het rapport Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp (pdf Verwey-Jonker Instituut, mei 2014)

Schrijf hier in voor één van de regiobijeenkomsten in september.