Huiselijk geweld zit nog niet tussen de oren van de wijkteams

26 mei 2015

De aanpak van huiselijk geweld is onderdeel van het brede sociale domein. Om werk te kunnen maken van preventie en vroegsignalering moet de aanpak geworteld zijn in de basiszorg en in de wijken. Maar zover is het nog niet. Huiselijk geweld zit nog veel te weinig tussen de oren van de wijkteams.

Uit het hele land komen signalen dat de verbinding tussen de Veilig Thuisorganisaties en de wijk- en jeugdteams nog vorm moet krijgen. Het ondersteuningsprogramma Doorontwikkeling Veilig Thuis van de VNG gaat daarom een handreiking ontwikkelen. Hoe kan het proces van verbinden vorm krijgen? Hoe zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld? Hoe kan de deskundigheid van wijk- en jeugdteams worden verbeterd?

Beleidsmedewerker huiselijk geweld en kindermishandeling Wil Saenen (’s-Hertogenbosch) ervaart in de praktijk dat huiselijk geweld onderbelicht is. ‘Wijkteams zijn geneigd huiselijk geweld op te vatten als een specialistisch onderwerp. Ze rekenen het niet tot hun taak.’

Verschillen

De wijk- en jeugdteams zijn overal anders ingericht. In de meeste gemeenten is een onderscheid tussen (Wmo) wijkteams en jeugdteams. De toegang tot de zorg verschilt. In een deel van de gemeente verloopt de toegang via de basiszorg (onderwijs, huisarts, consultatiebureau etc.). Bij andere teams kunnen bewoners rechtstreeks aankloppen. ‘Dat zijn verschillende keuzes die mede bepalen wat voor een toeloop je krijgt en wat voor professionele contacten daaruit voortkomen,’ zegt Saenen. ‘De teams hebben van de gemeenten een brede opdracht om oplossingen te vinden, al dan niet met een voorziening. Maar wij zeggen in onze regiovisies op de aanpak van huiselijk geweld dat het sociale domein een brede opdracht heeft om geweld te voorkomen. Beleidsmatig klopt dat, iedereen ziet dat zitten. Maar de uitvoering is een ander chapiter.’ Zo moeten teams werken met de verplichte meldcode, maar veel medewerkers zijn zich daar nog niet van bewust. Ook is er nog veel onbekend over wat Veilig Thuis nu precies doet. ‘Ik sprak onlangs nog een teamleider die er vanuit ging dat Veilig Thuis elke melding zelf behandelt, onderzoekt en met een plan komt.’ Saenen is veel op pad voor overleg met de teams en om uitleg te geven. ‘Bijvoorbeeld over het aspect dat Veilig Thuis met veel meldingen zal aankloppen bij wijkteams. De medewerkers zijn dan afhankelijk van wie ze aan lijn krijgen. Is het iemand met ervaring die de regie op zich kan nemen? Of is het iemand die even op bezoek gaat, een bloemetje op tafel ziet staan en vervolgens rapporteert dat alles weer goed gaat?’

Gesprek

Het is cruciaal dat wijkteams worden getraind op de aanpak van huiselijk geweld, stelt Saenen. ‘We moeten het gesprek aangaan over kwaliteit. Dat gaat over het proces en de taakverdeling, maar ook over de kwaliteit van medewerkers. We hebben de neiging om te denken dat we er zijn met instructies, werkboeken en computers. Maar dat werkt niet. Als iemand al die instructies al leest, dan zegt dat nog niets over hoe je moet handelen. Kwaliteit krijg je alleen door elkaar te leren kennen, in gesprek te gaan en te snappen hoe de ander werkt.’

Saenen is met haar collega’s van de ambtelijke werkgroep huiselijk geweld aan de slag gegaan. Zij proberen alle teamleiders van jeugd- en wijkteams te spreken te krijgen. Ze houden presentaties over de verplichte meldcode en over de Regiovisie op de aanpak van huiselijk geweld. Bij de jeugdteams gaat het makkelijker dan bij de wijkteams. Die laatsten hebben geen regionaal afstemmingsoverleg. ‘Er is geen platform, dat maakt het lastig om een onderwerp dat geldt voor iedereen in één keer te bespreken. Bij de jeugdteams is dat er wel, daar zit ik nu elke maand met een thema.’

Werkafspraken

Eén van die thema’s is het gesprek over werkafspraken. Paul Baeten, manager van Veilig Thuis Haaglanden en verbonden aan het VNG ondersteuningsprogramma Doorontwikkeling Veilig Thuis, ontwikkelde in zijn regio een set werkafspraken. Saenen gebruikt ze om in haar regio het gesprek op gang te brengen. ‘Ik breng het in als concept en als startpunt voor discussie. Hoe zullen wij dit doen? Wat betekent het voor jullie als we het zo regelen?’ Ook nog praktischer zaken komen aan de orde. Wie is waarvan? Want in de praktijk van alledag blijkt dat teamleden het Veilig Thuis goed weten te vinden, maar omgekeerd is dat vaak nog niet het geval.

Meer informatie