Gemeenten en slachtoffers van mensenhandel

29 mei 2013

Welke verantwoordelijkheden hebben (centrum)gemeenten in de opvang van slachtoffers van mensenhandel? De Federatie Opvang bracht het in kaart omdat veel gemeenten hierover vragen hebben. 

De Nederlandse slachtoffers van loverboys kunnen gebruik maken van Wmo, AWBZ en Zvw (GGZ) in de eigen gemeenten.  Of in een andere gemeente als dat voor hun veiligheid noodzakelijk is.

Buitenlandse slachtoffers
Buitenlandse slachtoffers van internationale handel hebben drie maanden de tijd om te bedenken of ze aangifte willen doen tegen de handelaren. In die tijd zijn ze rechtmatig in Nederland, maar hebben geen verblijfsvergunning. Ze kunnen bij het COA wel een uitkering aanvragen. Voor deze groep zijn gemeenten niet verantwoordelijk.

Voor de duur van het strafproces kunnen buitenlandse slachtoffers de B9-verblijfsvergunning aanvragen. Dan zijn gemeenten wel verantwoordelijk. Met de B9-vergunning hebben slachtoffers dezelfde rechten als Nederlanders (WMO, AWBZ, GGZ) en ze hebben recht op uitplaatsing naar een woning. Na de rechtszaak kan het slachtoffer vragen om  een voortgezet verblijf. Tot de uitspraak daarover blijven de rechten bestaan.

Download de presentatie Opvang slachtoffers Mensenhandel