Ambitie spat er vanaf op regiobijeenkomsten

25 september 2014

Gemeenten en hulpverleners zijn op de goede weg. Tegelijkertijd is er nog ontzettend veel te doen om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te professionaliseren en effectiever te maken.

Aan de betrokkenheid en ambitie van professionals en ambtenaren zal het niet liggen. Zo zou je in één zin de Regiobijeenkomst Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in Eindhoven kunnen samenvatten. Het was één van de drie bijeenkomsten in september. Een gezamenlijke activiteit van programma RegioAanpak Veilig Thuis, het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie. De inleiders kregen gretig gehoor en na afloop waren er veel vragen en discussie. Zo werd één ding duidelijk: de aanpak is volop ontwikkeling, van elkaar leren en ervaringen uitwisselen blijft cruciaal om de aanpak op een hoger plan te brengen.

Preventie loont

Cees Hoefnagels, Trimbos Instituut

Cees Hoefnagels trapt af. Huiselijk geweld is vaak te voorkomen, betoogt hij. Investeren in preventie bespaart leed en maatschappelijke kosten. Hoefnagels vertelde over een Amerikaans onderzoek onder adolescente moeders met een risicoprofiel. De moeders kregen begeleiding van een wijkverpleegkundige: 9 contacten voor de geboorte, 23 erna. Een controlegroep kreeg deze begeleiding niet. In de begeleide groep kwamen veel minder problemen voor. Van de moeders met hulp kwam bijvoorbeeld 4% met haar kind op de eerste hulp terecht, bij de moeders in de controlegroep was dat 19%. Ook gebruikten de begeleide moeders veel minder alcohol en drugs. De slotsom van het onderzoek is dat elke dollar geïnvesteerd in de preventieve aanpak zich uiteindelijk vier keer terugbetaalt.

Hoefnagels vertelt ook over een reeks van vier afleveringen van het Klokhuis over kindermishandeling. Voor scholen is hierbij een lespakket te verkrijgen. Uit onderzoek over het effect daarvan blijkt dat kindermishandeling beter bespreekbaar wordt bij slachtoffers en bij de omgeving. Ouders en kinderen worden meer geneigd om in te grijpen. Zo was er significante stijging van het aantal telefoontjes en chats met de Kindertelefoon na de uitzendingen. Dit leidt niet automatisch tot het vroegtijdig stoppen van het geweld, zegt Hoefnagels. ‘Maar melden brengt wel interactie teweeg. De eerste stap is het onderkennen dat geweld niet normaal is.’
Nu gemeenten verantwoordelijk worden komt huiselijk geweld dichterbij. ‘Het is een vorm van schaalverkleining,’ zegt Hoefnagels. ‘We kunnen daardoor niet meer volhouden dat het voorkomt, maar niet in onze achtertuin. Het uitspreken van zorg is een zorg van iedereen. De mentaliteit van not in my backyard moet veranderen in welcome in my backyard. We zullen de sociale wijkteams daarvoor moeten opleiden. Dit gaat ongetwijfeld gepaard met fouten, maar dat mag geen beletsel zijn om aan de slag te gaan.’

Onderwijs

Een deelnemer gaat  na afloop in op het door Hoefnagel benoemde aspect dat de meeste meldingen bij het AM(H)K worden gedaan door de politie, en maar zelden door leerkrachten. ‘Hoe maak je de verbinding met het onderwijs?’ René van den Brand uit Eindhoven reageert dat zijn gemeente goede ervaringen heeft met voorlichtingsbijeenkomsten over het signaleren van kindermishandeling in het onderwijs.

Het effect van hulpverlening

Majone Steketee, Verwey-Jonker Instituut

Steketee vertelt over het grote onderzoek in de G4 naar het effect van hulpverlening bij huiselijk geweld. De conclusie is dat voor een bepaalde groep de aanpak weliswaar werkt, maar dat in de helft van de gezinnen na anderhalf jaar nog steeds ernstig geweld voorkomt. ‘Het is enerzijds alarmerend, maar het is ook zo dat dit in de GGZ of de verslavingszorg heel goede resultaten zouden zijn,’ zegt Steketee.
Uit het onderzoek blijkt redelijk stellig dat de omvang en de aard van het geweld in het eerste jaar na de melding afnemen. ‘Melden werkt,’ stelt Steketee. Maar na verloop van tijd keert het geweld vaak terug, de hulpverlening kan dat niet voorkomen. Het weggaan bij de partner is zeker geen garantie dat het geweld stopt. Het effect van huiselijk geweld op kinderen wordt door ouders en de hulpverlening vaak onderschat. Een kwart van de kinderen blijkt na anderhalf jaar nog een trauma te hebben. Kinderen zijn zelf geneigd om dit niet te wijten aan het geweld, maar aan zichzelf.
Steketee doet een aantal aanbevelingen aan gemeenten:

  • Veiligheid staat voorop, gedurende de hulp moet dit onderwerp steeds op tafel blijven
  • Melden, signaleren en dialoogzijn cruciaal/besteed aandacht aan de Wet verplichte meldcode (Ring the bell!)
  • Triage en een goede probleemanalyse vereisen een hoge kwaliteit aan de poort
  • Betrek het sociale netwerk bij de hulp (maar niet elk netwerk is steunend) en schakel op tijd gespecialiseerde hulp in (de gespecialiseerde tweedelijns GGZ boekt vaak wel resultaat met slachtoffers én daders).

Na afloop ontstaat discussie. Melden is cruciaal, maar wat doe je als AMHK met een melding?  Is het soms niet beter de melder te motiveren om zelf een laagdrempelige interventie te doen dan meteen een belastend onderzoek in te stellen? ‘Dat hangt er vanaf. Het moet en kan allebei,’ reageert Steketee.  Iemand vraagt wat de onderzochte aanpak in de G4 precies behelsde. ‘Die was zo in beweging dat we er uiteindelijk mee zijn gestopt om dat precies op te schrijven,’ zegt Steketee.  Een deelnemer daagt haar uit om eerlijk te zijn. ‘Wat moeten we met deze uitkomsten, wat vind je er zelf van?’ Steketee zegt dat het dilemma is om de hulp tegelijkertijd laagdrempelig te houden en specialistisch waar nodig. We moeten er voor oppassen geen magische kwaliteiten toe te dichten aan de buurteams, specialistische hulp blijft soms nodig.’

Meer informatie

Digitale congresmappen