‘Tussen gemeenten en de vrouwenvang is chemie ontstaan’

15 december 2016

Een kloeke stapel papieren producten, van regiovisie tot kwaliteitsdocument. Dat is op het eerste gezicht de opbrengst van het programma RegioAanpak Veilig Thuis. Maar de feitelijke winst zit een slag dieper.

Vier jaar geleden begon het programma. De opdracht voor de VNG en de Federatie Opvang was een nieuw toekomstbestendig stelsel te maken voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. ‘Dat je die twee dingen in samenhang moet oppakken, was een belangrijke notie,’ zegt beleidsmedewerker Ico Kloppenburg van de VNG. Hij is trots dat het in zoverre is gelukt dat het onderwerp in elke gemeente op de kaart staat. Niet zonder schroom wijst hij op voorzichtige signalen dat het minder vaak mis gaat met kinderen tijdens de hulpverlening. ‘De inspectie Jeugd vermoedt een verband met het outreachend werken van wijkteams. Maar voor grote conclusies is het nog veel te vroeg.’

Altijd plek

Johan Gortworst, beleidsmedewerker van de Federatie Opvang, stelt vast dat (bijna) alle gemeenten beleid hebben gemaakt om huiselijk geweld te voorkomen, vroeg te signaleren en om slachtoffers te helpen en op te vangen. ‘Het is belangrijk dat wethouders van de centrumgemeenten er garant voor staan dat er altijd een opvangplek beschikbaar is voor vrouwen op de vlucht.’

 Johan Gortworst, Federatie Opvang   Ico Kloppenburg, VNG

Bevlogenheid

Dat de vrouwenopvang en gemeenten elkaar goed hebben leren kennen is voor Gortworst één van de grote winstpunten van het programma. ‘Je zag op bijeenkomsten steeds weer dat gemeenteambtenaren en -bestuurders dezelfde bevlogenheid hebben als medewerkers en directeuren van de instellingen.’ Ico Kloppenburg beaamt het met een voorbeeld. ‘Medewerkers van gemeenten en opvanginstellingen hebben samen gewerkt aan kwaliteitseisen voor de opvang. Dat ging eerst aarzelend, maar al snel zag je chemie. Ook omdat iedereen dezelfde verbeteringen nastreeft.’

Oogst

De in mei verschenen handreiking basiskwaliteitseisen (voor de gemeentelijke inkoop en voor de opvang zelf) is er één uit een baaierd van producten van het programma. Om een paar dingen te noemen: er is een monitor ontwikkeld om zicht te krijgen op de in-, door- en uitstroom in de vrouwenopvang, gemeenten werden ondersteund bij het maken van hun regiovisies, er is een beleidskader verschenen voor de landelijke toegang van de opvang en de gelden voor de vrouwenopvang zijn herverdeeld.

Listig

Die herverdeling was listig en is het feitelijk nog steeds, vertelt Gortworst. ‘Langzaam wordt duidelijk hoe het zich ontwikkelt met steden die plekken moeten afbouwen en steden die juist meer hebben gekregen. De spanning zit in de vraag of er voldoende wordt bij gebouwd om de vermindering van plekken elders te compenseren. En ook of het klopt dat elke regio straks in beginsel voldoende plek heeft voor het opvangen van slachtoffers uit de eigen regio. Het uitgangspunt is immers dat mensen in beginsel niet vanwege een tekort aan plekken worden doorverwezen naar een andere regio. Als het om veiligheid gaat is het een ander verhaal.’

Crisisplekken onder druk

Voor mensen die acuut moeten worden opgevangen heeft de vrouwenopvang landelijk altijd crisisplekken beschikbaar. Uit een quickscan is gebleken dat de druk op de vrouwenopvang in crisissituaties groter wordt, vertelt Gortworst. ‘Dankzij de monitor kunnen we in de gaten houden of dit een knelpunt wordt. In de uitstroom ligt een mogelijke oplossing, maar we weten dat mensen soms langer in de opvang zitten door het woningtekort.’ Kloppenburg vult aan dat het vaker inzetten van ambulante hulp ook een oplossingsrichting kan zijn.

Nog genoeg te doen

De afspraken over het landelijk stelsel gaan ook over hulp aan specifieke groepen zoals slachtoffers van mensenhandel, eergerelateerd geweld en loverboys. Daarnaast hebben instellingen de VNG gewerkt aan een handreiking ouderenmishandeling, het inrichten van een knooppunt huwelijksdwang en het op meer plaatsen inrichten van mannenopvang. Op deze terreinen moet ook nog het nodige worden uitgewerkt. Het toekomstbestendige stelsel staat weliswaar degelijk in de verf, de komende jaren is er nog genoeg te doen.

Kinderen

Kloppenburg benoemt speciaal de positie van kinderen in de vrouwenopvang. ‘Iedereen is het erover eens dat kinderen gestructureerd aandacht en waar nodig hulp moeten krijgen. Het is nog een flinke kluif om dat overal in te voeren.’ Gortworst onderschrijft het en wijst op het belang van integrale financiering. Hij vindt dat de samenwerking tussen zijn federatie en de gemeenten een vervolg moet krijgen. ‘Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn complexe problemen die van wijkteams, scholen, huisartsen vragen om signalen te herkennen en ernaar te handelen. De vrouwenopvang is expert op dit terrein, die expertise stellen we graag beschikbaar. Ook de samenwerking met Veilig Thuis en andere partijen in de regio is cruciaal om slachtoffers te helpen en het geweld te stoppen.’ Hoe die samenwerking vorm krijgt staat te bezien, maar dat hij er komt staat vast, denkt Kloppenburg. ‘We weten elkaar nu goed te vinden; Johan staat in mijn favorieten.’