‘Begin met verbeteraanpak kindermishandeling’

10 april 2016

Gemeenten kunnen als geen ander een beslissende rol spelen in een betere aanpak van kindermishandeling. Dat is nodig want nog steeds zijn er elk jaar 119 duizend kinderen slachtoffer.

In de praktijk blijkt dat het echt helpt als gemeenten zich hiervoor inzetten, vertelt Wicher Pattje. Hij is projectleider van het Collectief tegen Kindermishandeling. Dit is een gezamenlijk programma van de VNG en de ministeries van VWS, V&J en OCW. Onder de paraplu van het landelijke programma zijn in zes gemeenten Collectieven tegen Kindermishandeling gevormd. Ze hebben elk een verbeteragenda opgesteld. ‘Hoe de accenten lokaal ook verschillen, je ziet overal dat het beter gaat.’ De eindrapportages van de collectieven zijn voorlopig nog niet klaar, maar één ding staat al vast. ‘Het maakt enorm veel uit dat er projectleiders zijn die eraan trekken, die mensen verbinden en die worden afgerekend op resultaten.’ Het Collectief tegen Kindermishandeling roept gemeenten daarom op om ook te beginnen, vertelt Pattje. ‘Gemeenten moeten niet wachten op de rapportages, er is geen beletsel om nu al aan de slag te gaan met een eigen verbeteraanpak.  Inspiratie is te vinden bij de bestaande collectieven en in hun verbeteragenda’s.’

Actieplan Kinderen Veilig

De Collectieven tegen Kindermishandeling zijn voortgekomen uit het Actieplan Kinderen Veilig (2013) van de ministeries van VWS en V&J. De aanleiding daarvoor was een reeks tragische gebeurtenissen met kindermishandeling en seksueel misbruik. Een onderdeel van het  actieplan was het instellen van een landelijke Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik om verbeteringen aan te jagen. Intussen loopt Nederland voorop met methodieken, interventies en protocollen. Maar, bij de tussentijdse evaluatie van het actieplan bleek dat het aantal slachtoffers niet vermindert, vertelt Pattje. ‘Instrumenten zijn er genoeg ontwikkeld, maar het effect is niet navenant. De conclusie was dat het nog ergens anders vastzit. Op de gewone werkvloer is er handelingsverlegenheid en komt samenwerking en het delen van informatie niet genoeg van de grond. De zes collectieven zijn opgericht om obstakels die wijkcoaches, leerkrachten, jeugdwerkers en anderen ervaren, weg  te nemen.’ Dit moet leiden tot lessen en aanbevelingen voor alle gemeenten.

Wicher Pattje, projectleider Collectief tegen Kindermishandeling: ‘Het maakt voor een kind in nood ongelooflijk veel uit als een volwassene in beweging komt.’

Clubjes van professionals voelen dat zij samen het verschil gaan maken’

De Collectieven tegen Kindermishandeling zijn opgericht in Amsterdam, Rotterdam, Heerlen, Leeuwarden/Weststellingwerf, Dordrecht en in Arnhem. In alle verbeterplannen is veel aandacht voor een betere samenwerking met het onderwijs en met de strafrechtketen (politie, justitie en  de rechterlijke macht). ‘Het gaat daarbij om aspecten zoals bewustwording en signaleren. Uit het onderwijs komen bijvoorbeeld weinig meldingen van kindermishandeling. Het helpt om mensen uit verschillende disciplines in clubjes bij elkaar te brengen en casuïstiek te bespreken. Van een afstandje zie je dat er beweging komt. In die groepjes ontstaat motivatie, het gevoel van wij moeten met elkaar het verschil maken.’ Pattje benoemt drie succesfactoren die bijdragen aan verbetering: een hardwerkende projectleider met een resultaatverplichting, chemie tussen professionals in samenwerkende clubjes, en ten slotte is ook bestuurlijke inbedding cruciaal. ‘Je hebt een wethouder nodig die zich persoonlijk verantwoordelijk voelt voor het welslagen. Dat geldt ook voor de bestuurders van de betrokken organisaties.’

Samen aan tafel

Sinds de decentralisaties ligt de verantwoordelijkheid voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling bij gemeenten. Het is omvangrijke taak die niet stopt bij het inrichten van een Veilig Thuisorganisatie. ‘Het gaat zeker ook over Veilig Thuis, maar niet exclusief,’ zegt Pattje. ‘Het gaat vooral over samenwerken en het verbinden van beroepsgroepen. Wijkteams, buurtagenten, huisartsen, aandachtsfunctionarissen op scholen. Het gaat om signaleren en informatie delen.’ Een concreet punt is bijvoorbeeld het toepassen van de meldcode. Een professional is verplicht om iets te doen met een vermoeden van kindermishandeling. Gemeenten kunnen daar bij de inkoop op sturen.  Maar verbindingen op de werkvloer zijn net zo belangrijk, professionals weten niet altijd precies van elkaar wie welke rol heeft. Of ze delen informatie niet met de andere hulpverleners in het gezin, wat wel van belang is om op tafel te krijgen wie er verantwoordelijkheid neemt. Casuïstiek bespreken is een goed instrument, leert de ervaring in de collectieven.

Over elk collectief is een interessant verhaal te vertellen’

Een ander terugkerend actiepunt in de collectieven is het verbeteren van de verbinding tussen zorg, straf en bestuurlijke maatregelen. Plegers van geweld zijn vrijwillig vaak niet te motiveren voor behandeling, terwijl psychiatrische afwijkingen of verslaving een grote bedreiging vormen voor de kinderen in het gezin. Op uiteenlopende manieren krijgen de collectieven de verschillende disciplines samen aan tafel.

Geen verrassingen

‘Het zijn bewegingen van grote betekenis. Het maakt voor een kind in nood ongelooflijk veel uit of er een volwassene in beweging komt. Over elk collectief is een interessant verhaal te vertellen,’ zegt Pattje. Tegelijkertijd is wat er in de collectieven gebeurt niet verrassend of baanbrekend. ‘Dit gaat niet over innovatie. Het gaat over doen wat we allang hadden afgesproken.’

Lees ook